“Nu weet en voel ik elke dag hoe waar dat woord voor mij is: ik mag er zijn — mijn stem mag er zijn.”
Stem
Voordat ik meedeed aan de tweedaagse Compassievol Prenataal Helen, had ik — met tussenpozen — gedurende jaren hulp vanwege het niet kunnen verbinden met mezelf. Mijn opvoeding was niet liefdevol. Ik kies ervoor te geloven dat mijn ouders, met de kennis die zij hadden, hun best hebben gedaan. Toch ervaar ik mijn jeugd niet positief. Ik werd emotioneel, psychisch en fysiek niet goed behandeld.
Mijn vader had daarin een groot aandeel; de meeste behandelingen stonden in het teken van het (vroegkinderlijk) trauma dat ik door zijn handelen had opgelopen. Tijdens de tweedaagse koos ik er voor het eerst voor om een andere invalshoek te nemen: de rol van mijn moeder. In het jaar voorafgaand aan de tweedaagse had ik ernstige traumareacties gehad op iets wat in mijn privéleven gebeurde. Mijn lijf was een week lang in shock.
Samen met Janna werkte ik in het werkboek Prenatale en Geboorteherinneringen. Terwijl ik daar doorheen ging, merkte ik dat mijn boosheid richting mijn vader verschoof naar de rol van mijn moeder. Ik ontdekte dat zich in mijn onderbewuste meerdere ‘baarmoedermetaforen’ hadden gevormd. Overtuigingen die daarbij hoorden waren voor mij: ik ben alleen; er is niemand voor mij; ik zal nooit genoeg zijn; ik moet me alleen zien te redden; ik kan er beter niet zijn.
Toen het mijn beurt was voor de brainspot, merkte ik hoe gemakkelijk het voor mij was om terug te keren naar de tijd in de baarmoeder. Ik voelde een kille stilte, alsof ik opging in mijn omgeving als een kameleon. Ik hoorde daar niet te zijn. Voor mijn zwangerschap had mijn moeder een miskraam en een doodgeboren kindje gehad. Zij hadden die plek verlaten, en mijn moeder was bang dat ik dat ook zou doen. Rond de twintigste week van haar zwangerschap verdronk mijn neefje van zes jaar. Mijn moeder schaamde zich voor het nieuwe leven dat zij droeg, terwijl haar schoonzus haar kind verloor. Ze verstopte mij.
De boodschappen die ik in de baarmoeder ontving, waren: deze plek is verlaten, kil, en ik mag hier niet zijn; ik doe er niet toe; er is niemand voor mij.
De brainspot werkte helend en bevrijdend. De nabijheid van de groep was warm en troostend. Ik ben er nog niet — ik heb nog stappen te zetten — maar iedere stap is er één, en deze tijdens de tweedaagse was een grote, verhelderende stap.
Na mijn brainspot gaf iemand uit de groep mij een steentje. Ze had er het woord stem opgeschreven. Ze wist niet waarom, maar voelde dat ze dat moest doen. Nu, zes maanden na de tweedaagse, weet en voel ik elke dag hoe waar dat woord voor mij is: ik mag er zijn, mijn stem mag er zijn, ik ben de moeite waard.
Ik daag mezelf uit om in beweging te komen, mijn stem te laten horen, mijn leven opnieuw te vormen — en ik geniet daarvan.
Marieke, 43 jaar
