In rust. Intimiteit. Vrede. En blijdschap.
Die vrijdag van de tweedaagse liep ik snel naar boven om nog even mijn telefoon van de oplader te halen. Ik keek om me heen: ja, ik heb alles en kan vertrekken naar Kampen. Op dat moment belde een van onze kinderen. Dat is vreemd, dacht ik, hij belt nooit op dit tijdstip. Hij was in nood, en ik wist: dit is waarom ik mijn blauwdruk opnieuw ga schrijven. Als ik herstel, herstelt mijn gezin met mij mee.
Een reis naar binnen
Vanaf het eerste moment voelde het welkom van Janna als een warme deken. Tijdens de kennismaking merkte ik hoe vanzelf gesprekken op gang kwamen en hoe makkelijk het was om contact te maken met anderen — ieder met zijn of haar eigen verhaal. Ik mocht getuige zijn van ontroerende, mooie, maar ook rauwe geboorteverhalen. Ik zag hoe anderen de reis naar binnen maakten en ons daarin meenamen.
Langzaam werd ik zachter. Ik voelde dat ik mijn geschenk van zelfcompassie begon uit te pakken, met de hulp van mijn medereizigers.
Toen kreeg ik de uitnodiging om zélf de reis naar binnen te maken — om contact te maken met mijn allerliefste, dappere kleintje in mij. Dankzij de voorbereiding, en de reizen waarvan ik getuige ben geweest, voelde ik mij sterk genoeg om dit aan te gaan.
Als ik mijzelf in een paar zinnen moet omschrijven: ik ben een kritische realist die volledig in haar ratio leeft. Voor gevoelens is nauwelijks plek — ik weet ook niet wat ik ermee moet, en eerlijk gezegd ben ik er bang voor. Want wie is er eigenlijk écht te vertrouwen?
En, misschien nog wel belangrijker: kan iemand mij dragen zonder te vallen of zonder bijbedoelingen? Het “voor wat, hoort wat”-principe heeft zich diep in mij genesteld. Zolang ik mij kan herinneren, sta ik in de overlevingsstand. Dat heeft me tot nu toe geholpen — maar ik ben er letterlijk ziek van geworden.
Mijn ogen gingen dicht. Ik gaf me over. Ik liet de anderen zien waar mijn kleintje lag in de baarmoeder: in een hoekje, met haar hoofdje gebogen, haar armpjes over haar hoofd, haar ruggetje gekromd — zo klein mogelijk, zo min mogelijk ruimte innemend.
We keken samen naar haar, en ik voelde de verontwaardiging en compassie van de groep. Waarom lag ze daar zo? Mijn kleintje lag niet zo omdat ze zwak was, maar juist omdat ze zich instinctief probeerde te beschermen. Tegen wat ze aanvoelde, tegen wat ze niet kon begrijpen, maar wel kon voelen.
Schaamte heeft vaak geen taal nodig; het heeft zich vanaf het begin genesteld in mijn lichaam en houding, lang voordat ik woorden had.
Ik was niet gepland. Mijn moeder was zestien toen ze zwanger werd, en moest schuldbelijdenis doen bij de dominee en ouderling — sorry zeggen omdat ze mij droeg. Daarna moest ze het aan haar grootouders vertellen. Zestien jaar, en moederziel alleen.
Toen de bevalling begon, zei mijn opa: “We gaan naar het ziekenhuis, want zo ga ik het weekend niet in.”
Mijn moeder belandde op een drukke kraamafdeling. Angstig vroeg ze zich af: “Moet ik ook zo gillen?” Een verloskundige zei koud: “Als je gilt, helpen we je niet.”
Tijdens de sessie kon ik eindelijk woorden geven aan wat mijn kleintje voelde. En toen gebeurde het onvoorstelbare: Ik werd opnieuw geboren. In rust. Intimiteit. Vrede. En blijdschap.
De breuk en de belofte
Thuis straalde ik. Mijn man zag het meteen. Voor het eerst voelde ik me écht verbonden met mijn kleintje. Ik voelde me compleet. Even later was er een woordenwisseling tussen mijn gezinsleden:
God fluisterde: “Laat maar gaan. Je bent niet gebroken — je bent aan het doorbreken. Zoals de dageraad. Er breekt een nieuwe dag aan.”
Vandaag is goed
Ik kan het nu met volle overtuiging zeggen: ik ben doorgebroken. Tijdens die sessie. In het licht van God. God heeft mij gewild — met heel Zijn hart, vanaf het allereerste begin. Ik mag licht uitstralen. Liefde. Hoop. Moed. Vreugde. Barmhartigheid. Genade.
Zijn nu alle zorgen verdwenen? Nee. Mijn man en ik leven bij de dag.
Eerst in verbinding met mezelf, dan opnieuw met elkaar. En met zorgen om onze geliefde kinderen.
Vandaag is het goed.
Onze Vader is een Goede, Liefdevolle Vader.
Betrouwbaar tot in eeuwigheid.
N. Van Beelen, >50
